Balbezit, en de meerwaarde van overlast

We zijn er pas net zegt de voice-over in een korte webvideo waar ik pas net op stuitte. Een aangename, ingehouden vrouwenstem. Etherische muziek met lange noten. Een betoog over de invloed van de mensheid op onze planeet. De scriptschrijver moet tevreden zijn geweest over de retorische kracht van zijn formulering, want we zijn er pas net komt meerdere keren voorbij. Maar een opkomende huidirritatie in mijn nek verraadt dat hier iets mis is: contaminatie-alarm! Twee begrippen met gelijke betekenis worden door elkaar gehusseld: we zijn hier net en we zijn hier pas. Au!

Nu kan ik op zijn tijd best genieten van een contaminatie. Zo hoorde ik eens in een radio-interview een boze fabrieksarbeider zeggen: Je wordt godverdomme door je eigen vakbond aan het gas genageld! Pure poëzie. Maar een professionele tekstschrijver die een stijlfout zelfvoldaan drie keer herhaalt binnen één minuut – een contaminatie die slechts voortkomt uit angst voor een gebrek aan zeggingskracht – daar ben ik allergisch voor.

Ligt het aan mij – of vertoont ons taalgebruik een toename aan overbodige woorden? Ik hoor het woord overlast zo vaak, dokter. Altijd goed voor een milde jeukaanval. Overlast bestaat namelijk niet. Neem geluid of geur: lawaai is hard geluid en stank is vieze geur. Ach – één wildplasser in je geveltuintje of één nachtelijke rolkoffer langs je slaapkamerraam – dat is onprettig. Maar wat krijg je ervan als het teveel of te vaak is? Last!

Overlast voegt niets toe. Het breekt af. Wat het doet is het woord last ontkrachten. Wat het daarmee óók doet, heel geniepig, is last aanvaardbaar maken. Last is pas lastig als het overlast is.

Maar zelfs aan het woord overlast wordt geknaagd. Een beetje overlast is zo erg nog niet. Zo mag Schiphol van onze overheid blijven groeien zolang de overlast maar beperkt blijft. Overlast hoort er dus bij. De taal heeft nauwelijks middelen om aan te geven wanneer het echt te gortig wordt. Een woningbouwvereniging geeft adviezen wat te doen als u last heeft van geluidsoverlast’. Last van overlast: pas dan begint het ernstig te worden.

Een duidelijk geval van inflatie dus. Vraag is alleen: inflatie van wat? Van het leed (we zijn meer aan het accepteren) of van het woord (we hebben krachtiger termen nodig)? Wat is de meerwaarde van overlast?

Meerwaarde: nog zo’n woord. Ik hoor en lees over de meerwaarde van voeding, van scholing, van samenwerking, emotionele meerwaarde, En Zo Voorts. Er is zelfs een basisschool die De Meerwaarde heet. En in geen enkel voorbeeld zou ik iets anders begrepen hebben als men simpelweg waarde had gebruikt.

Dus vanwaar die huiver voor het kale woord waarde?  Voor meerwaarde koop je niets, behalve stilistische dikdoenerij. Angst voor eenvoud. God beware die arme kinderen van basisschool De Meerwaarde. Is er een kinderombudsman in de zaal?

En nu ik toch bezig ben: balbezit. Ik citeer:

Ajax kwam opnieuw in balbezit.
Het leidde ertoe dat de ploeg meer in balbezit kwam.
In de eerste helft gaven ze weinig weg, al had Sparta meer balbezit.

Balbezit hebben. Zo diep zijn we dus gezonken, dat voetballers niet meer gewoon ‘de bal hebben’. Ze hebben balbezit. Een bal voldoet niet. Dus het moet gewichtiger? Dan moet het spel voortaan ook maar voetbalbezit heten in plaats van voetbal. Voor voetbalbezit heb je 22 voetbalbezitspelers nodig, een bezitbal en een bezitvoetbalveld. Maar op straat met een paar buurtkinderen gaat ook prima. En al heeft buitenspelen absoluut meerwaarde, kinderen die op straat voetbalbezit spelen veroorzaken soms overlast wanneer ze de bezitbal almaar tegen de het autobezit van de buurman schieten. Die pakt de bezitbal dan natuurlijk van ze af, en wellicht heeft dat dan pedagogische meerwaarde.

Ik begin er nu al aan te wennen. Gek eigenlijk, dat je vroeger bal zei.

Jeroen Kramer is van beroep ‘voice-over‘, ook wel stemacteur, commentaarstem of inspreekstem genoemd. Zijn observaties en verwondering over dit toch wat vreemde beroep beschrijft hij in een wekelijks stukje. Meer van Jeroen lezen? Bekijk het overzicht op  JEROENS VOICE NOISE.

 

Visited 356 times, 1 Visit today

andere columns

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

4 Comments

  • Jeroen Kramer 3 maanden ago

    Daar heb je een punt, Bart. Maar de boer zal daarom zorgen dat de last voor de ezel beperkt blijft. Want bij overlast moet hij de veearts erbij halen.
    groet!
    j

  • Beste Jeroen,
    Last is wat je moet dragen, als bij lastdieren.
    Van overlast gaat de ezel door zijn poten.
    Als bij gewicht en overgewicht.
    En zo nog bij een paar begrippen die je fileert.
    Maar wel aardig daar weer eens bij stil te staan.
    Dank.

    Vriendelijke groet, Bart van Gerwen.

  • Jeroen Kramer 3 maanden ago

    Dank, Maarten!
    Geef eens een voorbeeld van dat ‘meest’?
    ciao
    jeroen

  • Maarten 3 maanden ago

    Hoi Jeroen,
    heerlijk stukje weer…!
    Is jou wellicht ook opgevallen dat het woord “meest”, in vermeldingen of beschrijvingen, te pas, maar ook vaak te onpas, tegenwoordig zo veelvuldig gebezigd wordt ?
    Het gekke is, dat het taalkundig gezien soms onjuist is, maar dat ik het in bepaalde gevallen toch pik….. Het geeft dan een bepaalde nadruk, die je met de toevoeging “st” of “ste” aan het woord, niet op dezelfde manier bereikt…. Soms kromme tenen, maar soms ook geamuseerd door wat het aan meerwaarde lijkt op te leveren.

    Met hartelijke groet,

    Maarten