Struikeljargon

Het rode licht ging branden en ik schoot uit de startblokken. Als een lemming op weg naar de afgrond..

Mijn allereerste inspreekwerk was als presentator van het Klokhuis. Verbindende teksten of stukken informatie die ik niet op camera had verteld kwam ik achteraf inspreken in de montagestudio. Dat was niet zo moeilijk. Ik hoefde alleen maar die jongen in beeld na te doen, en die was ik toevallig zelf. En ik mocht het nog van papier oplezen ook. Ik deed wel altijd mijn best om te voorkomen dat het klonk alsof ik het oplas. Ik was er na enige tijd zo vertrouwd mee dat ik het zelfs kon met onze eerstgeborene op mijn schoot, die ik als twee-jarige kon uitleggen dat ze heel stil moest zijn als papa in de microfoon ging praten.

Jaren later pas besefte ik dat er voor gepraat in microfoons ook buiten Klokhuis misschien wel een markt was. Ik diende mij aan bij een Goois stemmenbureau, en daar wilden ze mij weleens aan het werk zien. Zij zetten mij voor hun microfoon en gaven mij een tekst over tandheelkunde, die bol stond van medisch jargon.

Het rode licht ging branden en ik schoot uit de startblokken. Als een lemming op weg naar de afgrond. In de tweede zin struikelde ik over de woorden ‘craniomandibulaire dysfunctie’ en ‘supragingivaal’. Het zweet brak mij uit, en na een volgende valpartij rond ‘endodontitis’ kreeg ik zelfs ‘verstandskies’ niet meer over mijn lippen.

Ik mocht uit de inspreekcel komen voor het oordeel van de baas. Zelf had hij een prachtige bariton en praatte met een zelfverzekerdheid alsof het in marmer op de gevel van een advocatenkantoor gebeiteld stond. Hij vond mijn stem ‘niet gecultiveerd’ genoeg.

Vernederd reed ik naar huis, en de woorden ‘niet gecultiveerd’ bleven als een enorme blaasbalg door mijn hoofd sissen, een vuur van wraaklust aanwakkerend. Ik zou deze Gooise kwast nondeju eens een poepert laten ruiken! Niet gecultiveerd?

Strikt genomen had Kwast natuurlijk gelijk. Een ervaren stemacteur zou met zo’n tekst voor zijn neus gezegd hebben dat hij over al dat struikeljargon eerst wel even wilde nadenken alvorens te gaan inspreken. Terwijl ik als snotneus dacht dat ik mij er wel even doorheen zou bluffen. Dat was een hele flauwe valkuil, waar Kwast mij in had laten lopen. Want zo geef je vers talent natuurlijk geen kans. Als Kwast werkelijk had willen weten wat ik in huis  had zou hij me met iets normalers de inspreekcel in geduwd hebben.

Maar achteraf ben ik hem dankbaar. Een betere prikkel om het bastion van het voiceoverdom te slechten had hij mij niet kunnen geven. En hij heeft het geweten ook. Want ik heb sindsdien duizenden stemopdrachten gedaan waar hij geen cent aan heeft verdiend.

Niet gecultiveerd? Ha!

 

Jeroen Kramer is van beroep ‘voice-over‘, ook wel stemacteur, commentaarstem of inspreekstem genoemd. Hij beschrijft zijn observaties over dit toch wat vreemde beroep in een wekelijks stukje. Meer van Jeroen lezen? Bekijk het overzicht op  VOICE NOISE

Visited 170 times, 1 Visit today

andere columns

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*