aap achter microfoon

Terrarium of apenkooi

Er wordt overlegd. Hun hoofden gaan in schokjes heen en weer. Af en toe krult iemand zijn tong in een flits om een voorbijvliegend insect…

Een goede voice-over kan iedere willekeurige zin op duizend verschillende manieren uitspreken. Je kunt variëren met de onderliggende intentie, met het energie-niveau, met het accent, met het volume, toonhoogte, enzovoorts. Dus als je met, lawezegge ‘Doe mij maar pindakaas.’ niet verder komt dan tien variaties, dan ben je niet geschikt voor dit vak.

De voice-over kan uit die duizend mogelijkheden al snel een paar geschikte kiezen om de strekking van de boodschap recht te doen. Dat zijn de eerste die hij aanbiedt vanuit de inspreekcel. Maar wat is die strekking eigenlijk?

Dat is waar de regisseur/copywriter om de hoek komt kijken. Die heeft dit alles immers verzonnen. De copywriter zit samen met de klant en de technicus aan de andere kant van het dubbele glas waar jij als stem vanuit een doodstille, geïsoleerde ruimte doorheen kijkt.

Er zijn grofweg twee stijlen van regisseren: ‘het terrarium’ en ‘de apenkooi’. In de apenkooi zorgt de technicus ervoor dat de stem achter het glas hoort wat er aan gene zijde van het glas gezegd wordt. Hij heeft zijn vinger continu op de knop van de talk-back microfoon. De akoestische scheiding wordt feitelijk opgeheven, waardoor je als stem onderdeel wordt van een ploegje dat zit uit te vogelen wat nu de beste manier is om die tekst goed te krijgen. En passend binnen de luttele seconden die ervoor begroot zijn. Sneller? Uitbundiger? Zakelijker? Volkser? Ironischer? Warmer? Urgenter?
Er klinken regie-aanwijzingen als:
Probeer eens iets meer knipoog, maar op het eind wel weer resoluut.
Dan probeer je wat zinnen uit, en uiteindelijk stuit je op iets waar iedereen blij mee is. Dat gepuzzel op de vierkante millimeter in een groepje mensen die allemaal iets zinnigs inbrengen is het allerleukst aan inspreken.
Kom maar uit je hok, Jeroen.
Nog even met een laatste koffie luisteren naar het eindresultaat, en dan tot de volgende keer. Heerlijk vak.

Het kan ook anders: wanneer de technicus de talk-back microfoon alleen indrukt als iemand iets tegen je wil zeggen. Wat er verder gaande is hoor je niet. Je ziet alleen af en toe een mond op en neer gaan of een hoofd bewegen. Weliswaar ontbreken de cactus, de stronk hout en het zand, maar verder is het alsof je naar hagedissen in een terrarium zit te kijken. Soms staren ze roerloos voor zich uit. Dan luisteren ze kennelijk naar de opname. En af en toe wordt de stilte doorbroken met:
‘Gerookte zalm’, kun je dat iets hoger uitspreken?
Ik: Bedoel je enthousiaster? Of juist een beetje klagelijk? Of alleen meer klemtoon? Of…
Gewoon hoger. ‘Gerookte zalm’ dus.
Ik: ok – hoger. Prima. Bedoel je ‘gerookte’ of ‘zalm’? Of allebei?
Stilte. Er wordt overlegd. Hun hoofden gaan in schokjes heen en weer. Af en toe krult iemand zijn tong in een flits om een voorbijvliegend insect. Ik wordt niet geacht mee te denken. Ze hebben het eindresultaat al in hun hoofd.
Doe het nou maar gewoon. Gerookte zalm.
En dan doe ik weer een paar varianten zonder enig idee van wat men er mee beoogt.
De talk-back gaat weer dicht, ik check mijn mail, facebook en whatsapp en wacht tot het klaar is.

Niets ten nadele van hagedissen, hoor. Ze zijn beleefd en betalen op tijd hun rekeningen. Maar geef mij maar apen.

Jeroen Kramer is van beroep ‘voice-over‘, ook wel stemacteur, commentaarstem of inspreekstem genoemd. Zijn observaties en verwondering over dit toch wat vreemde beroep beschrijft hij in een wekelijks stukje. Meer van Jeroen lezen? Bekijk het overzicht op  JEROENS VOICE NOISE.

Visited 396 times, 1 Visit today

andere columns

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*