scrooge and cratchet

Dictee ajuu

Moeten wij het dit jaar voor het eerst dan echt zonder Nationaal Dictee stellen? Nee: we doen er nog één om het af te leren…

Naast Sinterklaas en Kerstmis, opgeluisterd door winkelstraten en shopping malls in feeërieke feestverlichting, met etalages vol luxe hebbedingetjes en religieuze parafernalia, kerstpakketten gevuld met comestibles, delicatessen en amuse-gueules, had destijds ook het Groot Dictee der Nederlandse Taal zich definitief genesteld in de midwinterse folklore der Lage Landen. Ieder jaar groeide de schare schrijvers die, omringd door intimi, vrienden of collegae, krassend en zuchtend meependen met degenen die zich in de gewijde zetels van ’s lands Senaat bij wijze van divertissement onderwierpen aan de stilistische bokkensprongen in de volzinnen der onvolprezen spreekstalmeester.

Wat bezielde toch de intelligentsia om zich te wijden aan trivialiteiten als accents aigus, trema’s en tussen-n’en, in een spel waarvan de regels elke logica tarten? Waarom bogen zij het hoofd voor de willekeur van linguïstische apparatsjiks en ayatollahs, die zich wederrechtelijk toe-eigenen wat eenieder hoogstpersoonlijk van zijn bloedeigen moeder heeft geërfd, namelijk de moerstaal? Ergens moet een grond zijn geweest voor deze vrijwillige Sisyfusarbeid, waarmee telkenmale door menigeen niets dan deceptie geoogst werd.

Zeker, de zogeheten prominenten wisten zich gelaafd aan het licht der schijnwerpers, waartoe zij zich met dezelfde rücksichtslosheid lieten aantrekken als insecten door een plafonniere. Jammerlijk, doch zonder gêne, gingen zij ten onder; liever infaam dan geen faam. Maar wat te denken van het leger anoniemen dat zich evenzeer en plein public liet vernederen? Wat verleidde hen tot deze zelfkastijding? Laten zij zich in ’s jaars donkere dagen wijden aan contemplatie over Christus of de kosmos, of liever nog met kompanen een pikketanis pakken in een etablissement! Alles liever dan deze heilloze kommaneukerij.

Maar er waren toch ook winnaars? Tsja – ofschoon men zich in gemoede mag afvragen of vlekkeloze onderwerping aan een dictaat dat slechts lijkt ingegeven door grootheidswaan en willekeur nu juist van een gebrek of een overvloed aan intellect getuigt. Hoe minder fouten, hoe slaafser, hoe dommer, denkt de cynicus. Is het daarom dat juist de Vlamingen altijd triomfen vierden in Den Haag? Of behoort hun excessieve toewijding aan de bureaucratie der taal-gestapo slechts tot de naweeën van een emancipatoire inhaalslag tegenover hun francofone landgenoten?

Schrijver dezes, geplaagd door intellectuele geldingsdrang noch etnische trauma’s, zal een december zonder dictee nochtans een dikke worst wezen. Met glühwein graag.

Vrolijk kerst!

Jeroen Kramer is van beroep ‘voice-over‘, ook wel stemacteur, commentaarstem of inspreekstem genoemd. Zijn observaties en verwondering over dit beroep en zijn gereedschap (taal) beschrijft hij in periodieke stukjes. Meer van Jeroen lezen? Bekijk het overzicht op  JEROENS VOICE NOISE.

 

Visited 1173 times, 1 Visit today

andere columns